KenniscentrumZiekten/aandoeningen › Trombose › Trombose

Trombose

Bloedstolsel in een ader

Bij trombose raakt een ader verstopt door een bloedstolsel. Normaal gesproken stolt bloed als u een wond heeft (denk aan een korstje op een wondje). Maar ook ín de bloedvaten kan het bloed stollen. Er ontstaat dan een bloedpropje in een bloedvat.

Trombose ontstaat meestal in de dieper gelegen aderen. Dit noemt men 'diep veneuze trombose'. Hoewel een stolsel in principe in ieder bloedvat kan ontstaan, treedt trombose toch het meest op in de bloedvaten van het been. Dit heet een trombosebeen.
Naast diep veneuze trombose zijn er nog andere vormen van trombose:
  • trombose in een slagader (arteriële trombose);
  • trombose in de oppervlakkige aderen (tromboflebitis).

Trombose voorkomen 

Om de kans op een (nieuw) trombosebeen te verkleinen, zijn de volgende leefregels belangrijk:
  • voldoende bewegen;
  • niet roken;
  • zorgen voor een gezond lichaamsgewicht.
Als u een lange periode moet rusten, liggen of zitten (bij een lange reis, of door ziekte/ongeval) is het belangrijk om voldoende te drinken, maar liever geen alcohol of koffie. Door koffie en alcohol verliest u meer vocht. Hierdoor wordt het bloed juist weer dikker.
Naast voldoende drinken is het belangrijk om regelmatig even te bewegen, zodat de bloedstroom gestimuleerd wordt. Dit kan door een klein stukje te lopen of door de voeten en benen te buigen, te strekken en er rondjes mee te draaien.
Tijdens lange vliegreizen is het aan te bevelen om steunkousen te dragen.

Klachten bij een trombosebeen

De verstopte ader kan het bloed niet goed kan afvoeren. Hierdoor ontstaat er stuwing (druk) in het been. Het been wordt rood, gezwollen en pijnlijk. Vaak is de huid glanzend. Meestal is de temperatuur van het aangedane been iets hoger dan van het gezonde been. De verschijnselen kunnen plotseling, maar ook geleidelijk ontstaan. Ook de ernst van de klachten kan zeer verschillend zijn.

De verschijnselen die optreden bij een trombosebeen kunnen ook voorkomen bij andere ziektebeelden. Voor een juiste diagnose is daarom verder onderzoek noodzakelijk.

Oorzaken van trombose

Trombose kan verschillende oorzaken hebben. Vaak is de aanleiding een periode van weinig lichaamsbeweging, bijvoorbeeld na een operatie, een ongeval of door langdurige bedrust. Ook langdurig zitten tijdens een (vlieg)reis kan een trombosebeen veroorzaken. Andere mogelijke oorzaken van trombose zijn:
  • een erfelijke afwijking in de bloedstolling;
  • spataderen;
  • uitdroging;
  • gebruik van de anticonceptiepil (licht verhoogd risico).
Verder hebben ouderen, mensen die roken, mensen met overgewicht en patiënten met bepaalde vormen van kanker een verhoogde kans op trombose. Bij ongeveer de helft van de patiënten met een trombosebeen, is geen duidelijke oorzaak aan te wijzen.

Diagnose stellen

De arts of verpleegkundig specialist onderzoekt de patiënt. Hierbij wordt gelet op hoe het been eruit ziet en of de klachten toenemen bij bewegen. Om de diagnose trombose te stellen is een veneus duplexonderzoek noodzakelijk.

Behandelmogelijkheden

Het doel van de behandeling is om uitbreiding van het bloedstolsel en het ontstaan van een longembolie te voorkomen. Dit gebeurt door middel van antistollingsmiddelen. Deze gaan de stolling van het bloed tegen. De behandeling met antistollingsmiddelen vindt soms plaats onder controle van de trombosedienst.

Omdat de werking van de sommige antistollingsmiddelen pas na enkele dagen optimaal is, schrijft de arts voor in die gevallen de eerste dagen een ander bloedverdunnend middel voor, dat direct werkt.Het betreft dan een  injectie die eenmaal per dag moet worden toegediend, totdat het bloed de juiste dikte heeft. De trombosedienst bepaalt wanneer met de injecties gestopt kunnen worden. Gemiddeld is dat na ongeveer 10 dagen.

De arts bepaalt de duur van de behandeling met antistollingsmiddelen. De duur is afhankelijk van een aantal factoren, zoals:
  • de oorzaak van de trombose;
  • leeftijd;
  • conditie;
  • eventuele andere ziektes.
Om (verdere) zwelling van het been en blijvende klachten in de toekomst zoveel mogelijk tegen te gaan wordt een elastische kous aangemeten. Deze hoeft alleen overdag gedragen te worden. Het advies is om, na een diep veneuze trombose, deze kous twee jaar lang te blijven dragen om zo de kans op het ontstaan van een post-trombotisch syndroom zoveel mogelijk te beperken.

Mogelijke complicaties bij trombose

Longembolie

Een ernstige complicatie van een trombose is het ontstaan van een longembolie. Dit is een bloedpropje dat losraakt uit het stolsel en via de bloedbaan in de longen terechtkomt. De voornaamste symptomen hiervan zijn plotseling optredende benauwdheid en/of pijn op de borst, die erger wordt bij hoesten of diep inademen. Als deze klachten voorkomen, neemt u dan contact op met de behandelend arts.

Post-trombotisch syndroom

Na een doorgemaakte trombose kunnen opnieuw klachten ontstaan. Er kan dan sprake zijn van een post-trombotisch syndroom. Dit ontwikkelt zich meestal binnen twee jaar na de eerste trombose. Door een diep veneuze trombose kunnen de kleppen in de aderen beschadigd raken. Hierdoor kan vochtophoping (oedeem) in het been ontstaan. Het been is dan blijvend gezwollen, moe en pijnlijk. Daarnaast kan de huid bruin en vlekkerig verkleuren. Er kunnen wonden ontstaan, die moeilijk genezen. We spreken dan van een open been (ulcus cruris).
Ongeveer de helft van de mensen met een trombosebeen krijgt, in meer of mindere mate, te maken met het post-trombotisch syndroom. U kunt de kans op het post-trombotisch syndroom halveren door na een trombosebeen twee jaar lang steunkousen te dragen. U kunt de klachten beperken door de benen af en toe hoog te leggen en voldoende te bewegen.

Trombose voorkomen 

Om de kans op een (nieuw) trombosebeen te verkleinen, zijn de volgende leefregels belangrijk:
  • voldoende bewegen;
  • niet roken;
  • zorgen voor een gezond lichaamsgewicht.
Als u een lange periode moet rusten, liggen of zitten (bij een lange reis, of door ziekte/ongeval) is het belangrijk om voldoende te drinken, maar liever geen alcohol of koffie. Door koffie en alcohol verliest u meer vocht. Hierdoor wordt het bloed juist weer dikker.
Naast voldoende drinken is het belangrijk om regelmatig even te bewegen, zodat de bloedstroom gestimuleerd wordt. Dit kan door een klein stukje te lopen of door de voeten en benen te buigen, te strekken en er rondjes mee te draaien.
Tijdens lange vliegreizen is het aan te bevelen om steunkousen te dragen.



Deel deze pagina: