KenniscentrumBehandelingenSpataderen › Operatieve behandeling › Operatieve behandeling bij spataderen

Operatieve behandeling bij spataderen

Spataderen zijn aderen in de benen, waarvan de kleppen niet goed functioneren. Hierdoor ontstaat er een terugstroom van bloed, waardoor de druk in de beenvaten hoger wordt en de aderen uitzetten. Er zijn meerdere behandelmogelijkheden voor spataderen:
Voor iedere patiënt wordt bekeken welke behandeling het meest geschikt is. Dit hangt onder andere af van de plaats van de spataderen en de ernst van de klachten.De zorgverzekeraarvergoedt  niet iedere behandeling, en er kan sprake zijn van een eigen bijdrage bovenop het eigen risico.

Operatiemogelijkheden

Afhankelijk van de plek van de spataderen zijn verschillende operaties mogelijk. Het is ook mogelijk dat meerdere methodes tegelijk worden toegepast:
  • Plaatselijk afbinden van de aderen (crossectomie)
Door een ader af te binden stroomt het bloed niet meer door, waardoor de spatader verdwijnt. Het afbinden van een spatader gaat via een kleine snede in de lies of in de knieholte. Het afbinden van de spatader heeft geen gevolgen voor de doorbloeding in de benen. Het bloed stroomt vanzelf via andere bloedvaten.
  • Strippen van spataderen
Dit is een behandeling waarbij een grote inwendige spatader wordt verwijderd. Hiervoor wordt er een sneetje in de lies en één ter hoogte van de knie of het onderbeen gemaakt. Er wordt een draad ingebracht waarmee de spatader uit het been wordt gehaald. Het verwijderen van de spatader heeft geen gevolgen voor de doorbloeding in de benen. Het bloed stroomt vanzelf via andere bloedvaten.
  • Verwijderen van oppervlakkige spataderen (convolutectomie)
Deze behandeling wordt uitgevoerd bij zeer uitgebreide zijtakspataderen (vertakkingen van een grote spatader) of als aanvulling op het strippen. De vaatchirurg maakt meerdere kleine sneetjes in het been. Vervolgens verwijdert de vaatchirurg de spataderen met een haakje. De wondjes worden gesloten met hechtstrips of onderhuidse hechtingen.

De operatie vindt plaats onder narcose of met een ruggeprik. Na de operatie wordt een strakke steunkous aangedaan. Deze kous blijft de eerste 72 uur dag en nacht aan. Daarna bepaalt de ernst van de klachten hoe lang de steunkous nog gedragen moet worden.

De onderhuidse hechtingen lossen vanzelf op.

Adviezen na een spataderoperatie

Het is belangrijk om na een spataderoperatie de volgende adviezen op te volgen:
  • Wandel zoveel mogelijk en probeer zo weinig mogelijk stil te staan. Loop bij voorkeur 2 maal per dag 20 minuten stevig door. Gebruik het geopereerde been niet als standbeen als u stilstaat.
  • Leg in de eerste week na de operatie het been omhoog tijdens het zitten. Gebruik ’s nachts een kussen onder het matras.
  • Indien u pijn aan uw been heeft, neemt u dan een pijnstiller en ga een stuk wandelen. Hierdoor verminderen de pijnklachten en herstelt het been sneller.
  • Gebruik een aantal keren per dag een ijszakje, dit vermindert de pijnklachten en zorgt ervoor dat de bloeduitstortingen sneller verdwijnen. Leg een doek tussen het ijszakje en de huid.

Controle na een spataderoperatie

De controleafspraak vindt ongeveer zes weken na de operatie plaats.

Complicaties

Een spataderoperatie kan complicaties geven. Mogelijke complicaties zijn:
  • Bloeduitstortingen. Op de plek waar de spatader heeft gezeten hoopt altijd wat bloed op. Daardoor ontstaan na de operatie meestal bloeduitstortingen op het been. Deze verdwijnen na zes tot acht weken vanzelf.Het dragen van een steunkous helpt om klachten hiervan zoveel mogelijk te bep[erken.  Er kunnen forse blauwe plekken ontstaan, omdat er een bloeding uit een bloedvat kan optreden. Bij zeer ernstige bloedingen kan het nodig zijn de bloeding operatief te stoppen.
  • De wond in de lies geneest soms traag. Dat komt door de plek van de wond, deze ligt in een huidplooi. Soms sluiten de randen van de lieswond niet op elkaar aan. Als u dagelijks doucht en een droge pleister gebruikt, geneest dit normaal gesproken zonder problemen. Zelden treedt een wondinfectie op. De wond wordt dan dik, rood en pijnlijk en u krijgt koorts. Neem dan contact op met de polikliniek Vaatchirurgie.
  • Trombose. Bij elke operatie is er een klein risico op een trombosebeen.
  • Zenuwletsel. In het onderbeen loopt langs de grootste ader ook een zenuw. Bij het strippen kan die zenuw beschadigen. Hierdoor kan een doof of branderig gevoel aan de binnenzijde van het onderbeen ontstaan. Meestal is dit tijdelijk, al kan het herstel maanden duren.



Deel deze pagina: