Overslaan en naar de inhoud gaan

Etalagebenen? Dan is looptraining de eerste keuze

Vaatchirurg Gert-Jan Lauret: ‘Lopen geeft duurzamer effect dan dotteren’

Gepubliceerd op: 10 september 2019

Pijn in de benen bij het lopen, als gevolg van een slechte doorbloeding, noemen we etalagebenen. Dotteren kan dit verhelpen. Echter, onderzoek heeft uitgewezen dat looptraining vaak net zo goed helpt. En op de lange termijn zelfs beter is. Vaatchirurg Gert-Jan Lauret heeft hier onderzoek naar gedaan.

Wanneer er sprake is van een verminderde doorbloeding van de weefsels in de ledematen, zoals etalagebenen, spreekt men van perifeer arterieel vaatlijden. De medische term voor etalagebenen is claudicatio intermittens. Letterlijk vertaald betekent dit ‘onderbroken gehinkel’. Mensen met etalagebenen moeten namelijk het lopen steeds even onderbreken, om de pijn af te laten zakken. Alsof je tijdens het winkelen voortdurend van etalage naar etalage loopt. “Die pijn ontstaat door verzuring”, legt vaatchirurg Gert-Jan Lauret uit. 
“De oorzaak van etalagebenen is een vernauwing in een slagader in het been. Dat vermindert de doorbloeding en daarmee de zuurstofvoorziening van de benen. Met te weinig zuurstof verloopt het verbrandingsproces van de spierbeweging niet optimaal. Dat geeft melkzuur. Dit hoopt zich op in de spieren en dat veroorzaakt de pijn.”

Dotteren

Gert-Jan Lauret heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de behandeling van etalagebenen en is hierop gepromoveerd. “De aangewezen medische behandeling van etalagebenen is dotteren. Daarbij wordt een ballonnetje in de slagader gebracht, dat wordt opgeblazen, en dat zo de vernauwing opheft. Dit verhelpt de klachten vrijwel meteen. Uit mijn onderzoek is echter gebleken dat looptraining voor de meeste patiënten net zo effectief is. En op de lange termijn zelfs beter.”
Gaat door looptraining de vernauwing in de slagader
weg? “Nee, dat is niet het geval. Maar de pijnklachten verdwijnen wel. Hoe dat komt, weten we niet precies. We  vermoeden dat door de training de spieren beter zuurstof opnemen. Daardoor gaat de verbranding beter en ontstaat er minder snel melkzuur.” 

In dit vermoeden wordt Gert-Jan Lauret gesterkt door een andere bevinding. “Voor sommige patiënten met etalagebenen is lopen niet mogelijk, bijvoorbeeld door een handicap. Uit Australisch onderzoek is gebleken dat je deze patiënten kunt laten ‘fietsen’ met hun armen. Ook dat helpt tegen etalagebenen. Blijkbaar is dus ook verbetering van de conditie een middel om iets tegen etalagebenen te doen.”

Door de pijn heen

Het effect van dotteren bij etalagebenen is er vrijwel meteen. Bij looptraining duurt dat langer. Bovendien moeten patiënten de eerste periode ‘door de pijn heen’ lopen, wat uiteraard niet prettig is. Maar looptraining heeft toch de voorkeur. Waarom? “Om meerdere redenen”, antwoordt Gert-Jan Lauret. “Dotteren is een medische, invasieve ingreep (lichaam patiënt wordt binnengegaan). Iedere medische ingreep kent risico’s, zoals het ontstaan van een bloeding. Daarom doe je een ingreep alleen als het nodig is. Looptraining heeft die risico’s niet. Daar komt bij: veel patiënten met etalagebenen hebben een ongezonde leefstijl. Veranderen ze die leefstijl niet, dan moet je steeds opnieuw dotteren. En dat kun je niet eindeloos blijven doen.”
Uit het onderzoek van Gert-Jan Lauret is gebleken dat looptraining, in tegenstelling tot dotteren, een blijvend effect heeft. “Nog beter is het om die looptraining te combineren met een verbetering van de leefstijl. Dus niet alleen meer bewegen, maar bijvoorbeeld ook stoppen met roken en afvallen naar een gezond gewicht. Die aanpak heeft het meeste effect, zeker op de lange termijn.”
Bij een deel van de patiënten blijkt looptraining onvoldoende te helpen. “In zo’n geval kun je altijd nog samen met de patiënt besluiten om te dotteren of te opereren”, aldus Gert-Jan Lauret. “Ook daar hebben we uiteraard alle mogelijkheden voor in het Slingeland Ziekenhuis. 

Netwerk fysiotherapeuten

Patiënten hebben wel begeleiding bij de looptraining nodig. Dat is tegenwoordig uitstekend geregeld, vertelt Gert-Jan Lauret. “Inmiddels is in Nederland hiervoor een netwerk van gespecialiseerde fysiotherapeuten opgezet. Dit is een landelijk dekkend netwerk, met ook veel geschoolde therapeuten in de omgeving van Doetinchem. Deze fysiotherapeuten vind je op de website www.chronischzorgnet.nl (voorheen ClaudioNet).

Op deze website vind je ook veel informatie over vaatproblemen en wat je hieraan kunt doen.” 
De fysiotherapeuten binnen het netwerk hebben aanvullende scholing gevolgd om patiënten met etalagebenen te begeleiden, vertelt Gert-Jan Lauret. “Zij bieden niet alleen looptraining, maar kunnen patiënten ook ondersteunen bij het stoppen met roken. Juist zij zijn hiervoor de aangewezen zorgverleners.
De looptraining (op een loopband) duurt enkele maanden en een patiënt bezoekt hiervoor twee tot drie keer per week de fysiotherapeut. Dat biedt de fysiotherapeut de gelegenheid om de patiënt intensief te begeleiden.” 

 

Laatst bijgewerkt op: 07 maart 2022

Anatomie aderen en slagaderen

Anatomie aderen en slagaderen

smagazine-20192.jpg
'Onze vaatchirurgie is toekomstbestendig'