KenniscentrumBehandelingen › Aanleggen dialyseshunt › Aanleggen van een dialyseshunt

Aanleggen van een dialyseshunt

Hulpmiddel bij hemodialyse

Dialyse is een behandeling bij nierziekten. Als de nieren niet meer goed werken, bijvoorbeeld door een nieraandoening, door slagaderverkalking of door diabetes, is dialyse nodig. Tijdens de dialyse worden afvalstoffen kunstmatig uit het bloed gefilterd. De functie van de nieren wordt op deze manier overgenomen.

Er zijn twee soorten dialyse: hemodialyse en peritoneale dialyse. In deze tekst wordt alleen uitleg gegeven over hemodialyse.

Hemodialyse

Bij hemodialyse gebeurt de bloedzuivering buiten het lichaam. Het bloed loopt door een slangetje van een ader naar een kunstnier. Door een ander slangetje loopt het gezuiverde bloed weer terug het lichaam in. Bij hemodialyse ligt de patiënt een aantal keer per week, een aantal uren ‘aangesloten’ op de kunstnier.

Voor hemodialyse moet een aantal keer per week in een ader worden geprikt met een naald, zodat het bloed naar de kunstnier kan stromen. Een gewone ader is niet sterk genoeg om een paar keer per week aan te prikken voor de dialyse. Bovendien stroomt het bloed in een ader niet snel genoeg door de kunstnier; de dialyse zou dan te lang duren. Daarom wordt een shunt aangelegd.

Shunt

Een shunt is een verbinding tussen een ader en een slagader. Een deel van het bloed uit de slagader stroomt dan rechtstreeks de ader in. Daardoor stroomt het bloed in een shunt sneller dan in een gewone ader en de bloeddruk is er wat hoger. Dit maakt de ader geschikt voor hemodialyse. Er stroomt nu minder zuurstofrijk bloed door de slagader naar de hand, maar dit wordt opgevangen door de andere slagaders in de arm.

Meestal wordt een shunt in de onderarm gemaakt. Dit is het makkelijkste aan te prikken. Hiervoor wordt indien mogelijk de linkerarm gebruikt bij mensen die rechtshandig zijn, en de rechterarm bij linkshandige patiënten.

Aanleggen van de shunt

Het aanleggen van een dialyseshunt is een operatie die door een vaatchirurg wordt gedaan. Meestal vindt de ingreep plaats onder narcose.

Als het kan, wordt voor een shunt een eigen ader gebruikt. De chirurg verbindt een ader en een slagader die naast elkaar liggen met elkaar, door middel van een stukje van een andere eigen ader. Dit stukje ader wordt weggehaald uit de arm waar de shunt in komt. Als de ader is verbonden met de slagader, neemt de druk in de ader toe. Hierdoor zet de ader langzaam uit en wordt de aderwand heel stevig. Dit duurt een aantal weken en wordt ‘rijpen’ genoemd. Een uitgerijpte shunt is goed te zien en te voelen als een bobbel onder de huid.

Als de eigen ader niet geschikt is om een shunt te maken, wordt een kunststof ader gebruikt. Deze komt dan vlak onder de huid te liggen en is daar goed zichtbaar en voelbaar.

De eerste uren na de operatie wordt de shunt vaak gecontroleerd, door te voelen of door te beluisteren met een stethoscoop. Het kan zijn dat de patiënt daarom een nacht in het ziekenhuis moet blijven.

Verzorging van de shunt

De shunt wordt wekelijks enkele keren gebruikt. Daarom is een goede verzorging belangrijk. Dit betekent dat er leefregels zijn voor patiënten met een shunt:
  • Draag nooit strakke banden of kledingstukken aan de arm met de shunt. De shunt kan hierdoor verstopt raken.
  • Til nooit zware spullen met de arm waar de shunt inzit. Draag geen tas aan deze arm.
  • Voorkom beschadiging aan de huid bij de shunt.
  • Bepaalde sporten, waarbij de shunt kan beschadigen, kunt u beter niet beoefenen. Dit kunt u het beste met de behandelend arts overleggen.
  • Aan de arm met de shunt mag geen bloeddrukmeting worden gedaan. Ook mag er aan deze arm geen bloed afgenomen worden.

Controle van de shunt

Er is regelmatig een echo-onderzoek van de shunt nodig, om te controleren of de shunt nog goed werkt. Het doel is dat de shunt zo lang mogelijk zonder problemen blijft functioneren.

Mogelijke complicaties

Complicaties die kunnen voorkomen bij een shunt zijn:
  • vernauwing of verstopping van de shunt;
  • een infectie;
  • onvoldoende bloedtoevoer naar de hand;
Bij deze complicaties kan het nodig zijn om een nieuwe ingreep te doen om de functie van de shunt te verbeteren. Dat kan een dotterbehandeling zijn waarbij de doorgankelijkheid van de shunt wordt verbeterd, of een operatie waarbij soms (een deel van) de shunt moet worden vervangen.



Deel deze pagina: